Home > advies >Wat is het verschil tussen LCD en Plasma TV?
‹ terug naar overzicht

Wat is het verschil tussen LCD en Plasma TV?

De platte TV’s hebben hebben wat teweeg gebracht in de Nederlandse woonkamers. Ze hebben dan ook zoveel voordelen ten opzichte van hun voorgangers, dat we massaal zijn overgestapt van de beeldbuis. Maar wat is nu beter: LCD of Plasma? Of moeten we misschien wachten tot de volgende generatie platte toestellen? En hoe zit het met LED-TV’s en OLED? Het valt ook niet mee om een duidelijk antwoord te krijgen op de vraag wat beter is. In de media duiken nog steeds regelmatig verhalen op over energieslorpende Plasma TV’s en Plasma toestellen die een kortere levensduur hebben dan LCD-TV’s. Of dat LCD-TV’s een minder scherp en minder kleurrijk beeld bieden. Hieronder zetten we alles nog eens op een rij, zodat u straks goed voorbereid in onze winkels de verschillen kunt ervaren. En uiteindelijk de juiste keus voor uw gebruikerstoepassingen kunt maken.

Gascapsules
We beginnen bij Plasma. Een Plasmascherm bestaat als het ware uit honderdduizenden hele kleine tl-lampjes. Dit zijn gascapsules gevuld met natuurlijke gassen als xenon en neon. De cellen hebben een laagje rode, groene of blauwe fosfor en bevinden zich netjes zij-aan-zij in een glasplaat. De cellen krijgen via elektroden elektrische impulsen en lichten dan op in de gewenste kleuren. LCD werkt fundamenteel anders dan Plasma. Tussen twee lagen glas zitten vloeibare kristallen (vandaar de naam Liquid Chrystal Display) opgesloten. Ze blokkeren het witte licht aan de achterkant. Zodra er stroom op een kristal wordt gezet, dan laat hij een beetje licht door, of anders gezegd, maar een deel van het spectrum van het witte licht. Wil je een blauw puntje, dan blokkeert het kristal alle delen van het spectrum, behalve blauw.

Echt zwart
De technologie van LCD (wit licht dat geblokkeerd wordt door kristallen) zorgt ervoor dat het veel moeilijker is om echt zwart te reproduceren dan bij een Plasma scherm. Bij het laatste laat je als het ware gewoon het licht uit, maar bij een LCD-scherm brandt altijd het achterlicht. Wil een LCD-scherm goed zwart worden, dan zullen de kristallen onder invloed van een behoorlijk hoge spanning het licht goed moeten blokkeren. Daarom verbruiken LCDTV’s bij donkere scènes naar verhouding meer stroom dan Plasma TV’s.

LED
We zeiden het al: bij een LCD-TV moet er achter het laagje kristallen een lichtbron zijn: het achterlicht. Tot voor kort waren dit heldere buislampen. Maar met de opkomst van LED-technologie, werd het mogelijk om LED’s in de achterwand te plaatsen. Dit biedt twee voordelen: LED verbruikt veel minder energie en je kunt de lichtjes zo aansturen dat ze uitgaan in die gebieden waar het ‘zwart’ moet worden. Dit kan heel nauwkeurig aangestuurd worden, als er maar genoeg hele kleine lichtpuntjes zijn aangebracht. Een volgende stap is om gebruik te maken van gekleurde LED’s. Dit wordt al gedaan in enkele top-modellen, maar deze technologie is kostbaar. Een tweede toepassing van LED’s in LCD-toestellen is om de lampjes niet achter de plaat met LCD-kristallen aan te brengen maar aan de zijkant. Hiermee wordt dan niet zo’n enorme contrastverhouding bereikt als met LED’s in de achterwand, maar het is wel mogelijk om extreem platte toestellen te maken.

OLED
En dan is er ook nog OLED (Organische LED) in opkomst. Hierbij zorgen de LED’s zelf voor licht, waardoor je geen achterverlichting meer nodig hebt. Dit is zeer gunstig voor het stroomverbruik. OLEDs zijn op dit moment het meest bekend voor kleine beeldschermen en displays, en vormen daarmee een concurrent voor de traditionele LCDschermen. Omdat het OLED-materiaal zelf licht uitzendt, is ook de kijkhoek veel groter en kunnen de beeldschermen ook bij grote formaten zeer dun worden uitgevoerd. Samsung heeft onlangs een scherm van 43 cm (17 inch) getoond, dat slechts 18 mm dik was. Kort geleden is ook Sony met een OLED-scherm van 28 cm (11 inch) gekomen dat zelfs maar 3 mm dik was. De resolutie van dit toestel is 1024 x 600 pixels, de contrastverhouding zelfs 1.000.000:1. Volgens Sony zal het niet lang duren voor dit soort toestellen ook aan de consument worden verkocht. LG toonde onlangs het eerste commerciële 38 cm (15 inch) OLED-scherm. Deze komt binnenkort op de markt. Voorbeelden van gebruik van OLEDdisplays zijn MP3-spelers, GSM’s, een Philishave, alsook een zojuist verschenen duikershorloge en enkele medische apparaten. Verwacht wordt dat de volgende iPod ook een OLEDbeeldscherm heeft. Klein nadeel: de grotere schermen zijn nog erg duur. De prijzen zullen naar verwachting zakken als er voldoende OLED-producten op de markt komen.

Kijkhoek
Een punt waar Plasma beter scoort dan LCD is die van kleurweergave. Een Plasma scherm kan al snel meer dan een miljard kleuren weergeven en hoe meer kleur hoe natuurlijker het plaatje. Als hierbij ook de kijkhoek wordt genomen, dan scoort LCD minder. Vooral als je goed van opzij naar een LCDscherm kijkt, dan willen de kleuren in veel gevallen iets vervagen. Plasma TV’s hebben hier minder last van omdat elk beeldpuntje z’n eigen licht produceert en dit licht rondom uitstralen. Toch moet men zich niet blind staren op de kijkhoek, want in de woonkamer zit je meestal min of meer recht voor de TV. Niemand zal er last van hebben dat de kijkhoek minder is dan die van een Plasma TV. Wat de nauwkeurigheid van de kleuren betreft doen de twee technologieën niet voor elkaar onder. Wel is het zo dat de apparaten vaak niet goed zijn afgesteld. Een kalibratie kan wonderen doen. Plasma laat wel in donkere gebieden de kleuren beter zien dan een LCD-TV.

Veegeffect
Nog zoiets waar de fabrikanten van LCD-TV’s behoorlijk mee schermen is de responstijd. Belangrijk, want alle LCD-TV’s hebben last van het zogenaamde veegeffect bij beelden waar veel beweging in zit. Hoe lager de responstijd, hoe minder veegeffect. Ook zijn er steeds meer fabrikanten die hiernaast de beelden niet 50 keer per seconde maar 100 keer per seconde (100 Herz) of zelfs 200 keer per seconde verversen. Hierdoor word het veegeffect sterk verminderd. Plasma TV’s hebben hier geen last van. Ieder beeldpuntje in een Plasmapanel staat op zich en wordt apart aan- en uitgeschakeld. Let bij aanschaf op de kwaliteit van de beeldprocessors. Hoe beter (lees duurder) de verwerkte processors, hoe beter de prestaties van de TV. Uw Expertmedewerker weet hier alles van en kan uitgebreid advies geven.

Helderheid
Vaak wordt geschermd met de helderheid van een scherm. Een TV met een hogere helderheidswaarde hoeft echter geen beter beeld te geven. LCD-TV’s hebben van nature een hogere helderheidswaarde dan Plasma TV’s. Dit biedt voordelen als er veel omgevingslicht is, maar vaak is thuis in de woonkamer een veel minder felle verlichting nodig. Daarom komt een Plasma TV in de woonkamer vaak beter tot z’n recht. Aan de andere kant reflecteren LCD-televisies niet het licht uit de kamer - wat bij veel Plasma toestellen nog wel gebeurt. Fabrikanten van Plasma TV’s werken hard aan oplossingen. Zo wordt gewerkt aan de helderheid, die tegenwoordig vaak die van LCD-schermen benadert en filters beperken de spiegeling tot een minimum.

Formaat
LCD televisies zijn verkrijgbaar vanaf 15 inch, waar Plasma televisies beginnen vanaf 37 inch.

Wat is dus beter: LCD of Plasma?
Daar kunnen we geen direct antwoord op geven. Zaken als de omgeving waar het toestel komt te staan of te hangen, de kijkhoek, het signaal en vooral de persoonlijke smaak zijn allemaal factoren die meespelen. Of moeten we wachten op de nieuwe generatie OLED-toestellen? Mogelijk, maar reken dan in aanvang wel op een hogere aanschafprijs. U kunt zich het beste goed laten informeren door een deskundige verkoper in uw Expertwinkel. Deze weet van de hoed en de rand en kan u helpen om het juiste toestel te kiezen!